Spring naar content

Dutch Elbrus Expedition 2000

Reisverhaal van de beklimming van Mount Elbrus (5.642 meter) in de Caucasus, Rusland, juli 2000 door: Peter-Arjen Boers, Ramon Sijmons, Boris Krielen

Het gebrul van de wind werd langzamerhand overstemd door het klapperen van het tentdoek. Slapen was vanwege het aanhoudende onweer sowieso al onmogelijk. De wind zwakte af, maar dit bleek slechts een spreekwoordelijke periode van stilte voor de storm te zijn. In de verte klonk het geluid van een aanstormende kudde bizons; een diepe brom vermengd met een angstaanjagend geloei.

Peter-Arjen en Ramon op de top van de Elbrus (5.642m), Kaukasus, Rusland

Peter-Arjen (links) en Ramon op de top van de Elbrus (5.642m), Kaukasus, Rusland

Boris en Peter-Arjen op de top van de Elbrus (5.642m)

Boris (links) en Peter-Arjen op de top van de Elbrus (5.642m), Kaukasus, Rusland

We realiseerden ons onmiddellijk wat dit betekende, een storm op orkaankracht die ons kamp zou doen schudden op zijn grondvesten. Toen de storm ons bereikt had en de slagregens de tent geselden, werd spreken onmogelijk. Ondanks het feit dat we schouder aan schouder in onze slaapzakken lagen moesten we schreeuwen om onszelf duidelijk te maken. De twijfel sloeg toe: zou de tent het houden, zouden de haringen niet uit de sneeuw getrokken worden? "Vlug, pak de spullen uit de voortent en kleed je aan, de tent kan het ieder moment begeven!", riep Boris. Als een speer propten we al het losliggende materiaal in onze rugzakken en wachtten we af wat de storm ons brengen zou. Zou deze storm al tijdens de eerste nacht het einde van de expeditie betekenen?

Gelukkig doorstond de tent deze eerste test. Later hoorden we dat niet iedereen die nacht zijn dak boven het hoofd behouden had. In dorpje Ternauz op 30 km afstand van ons kamp maakte een modderlawine, veroorzaakt door extreme regenval, enkele flats met grond gelijk.

Gisternacht sliepen we nog rustig en comfortabel in een hut in Azau (2.300 meter) aan de voet van de Elbrus. Vanmorgen waren we, na enkele acclimatisatiedagen, in alle vroegte vertrokken naar ons huidige kamp.

Na 50 hoogtemeters te hebben afgelegd vanuit Azau overheerste maar een gedachte: "Hoe halen we met al onze bepakking (meer dan 35 kilo per persoon) ons doel voor vandaag, 3.500 meter?" Alhoewel de zon nog achter de horizon verscholen was waren we al nat van het zweet.

Ook hadden we al pijnlijke schouders en waren we aardig kortademig. Gelukkig was alle training niet voor niets geweest en konden we een behoorlijk tempo volhouden en hadden we rond twee uur in de middag ons doel bereikt.

De volgende dag werd met frisse benen koers gezet naar ons basiskamp (4.200 meter) waar we de komende 7 dagen zouden doorbrengen.

Helaas voor ons bleven de benen niet fris. Op 3.800 meter bereikten we de gletsjer en moesten door 15 centimeter zompige sneeuw omhoog ploegen. Het sporen werd niet automatisch meer gewisseld, maar zacht aandringen was nodig om de volgende de taak over te laten nemen. Na de laatste 50 (steile) meters bereikten we de resten van de Priut 11 hut. Naast deze ruine werd de Dieselhut gebouwd. Vermoeid bereikten we deze hut waar we een plaats zochten om weer op krachten te komen. Tot onze verrassing mochten we bij de werklieden aan tafel aanschuiven en kregen een mok warme thee. Onze tafelgenoten aten ondertussen hun macaroni met hele tenen knoflook. Dat zij hier vaker aten merkten we doordat onze mouwen bleven plakken in het vet aan de tafel...

Opgewarmd en wel vertrokken we voor onze laatste hoogtemeters tot het beoogde basiskamp. Inmiddels was het einde van de middag daar en moesten we het basiskamp nog inrichten. Er werd heel veel sneeuw verzet voordat we een horizontale vloer hadden voor de tent. Na onze nachtelijke ervaringen waren we ook niet snel tevreden met de hoogte van de sneeuwwal rondom de tent. Dit tot irritatie van een hongerige Ramon die alleen maar aan eten kon denken. Toen Peter-Arjen en Boris tevreden waren met de sneeuwwal en ook Ramon's maag met een maaltijd, konden de slaapzakken worden opgezocht.

Maar ook deze nachtrust bleef niet ongestoord. Midden in de nacht werden we wakker met het tentdoek op ons gezicht gedrukt. Paniek! We zijn getroffen door een lawine! Op hetzelfde moment beseften we dat dit niet kon, want we konden het tentdoek zonder problemen weer van ons afduwen waarna de tent weer opveerde. Wat was dan de oorzaak van deze nachtelijke onrust? Te weinig wind en te veel sneeuw. De sneeuw bleef hierdoor bovenop de tent liggen en die was onder het gewicht ingezakt.

De geplande rustdag was na de geleverde inspanningen en de gestoorde nachtrusten wel verdiend. Tot erg veel meer dan wat rondhangen en slapen waren we toch al niet in staat. Zelfs van een vroeg vertrek voor een acclimatisatietocht kwam niks terecht de volgende dag. We hadden ongeveer twee uur nodig voor het ontbijt en om de benodigde spullen te pakken. Eenmaal onderweg leek alles mee te zitten, schitterend weer, sterke benen, overweldigend uitzicht, het kon niet op.

Op 4.700 meter ter hoogte van de Pastukov-rotsen stopten we voor een korte pauze tussen de rotsblokken. Op ongeveer 5 meter afstand kwam de rots, waar we al verwonderd naar hadden gekeken vanwege zijn merkwaardige stapeling, in beweging. Verschrikt sprongen we op. Het rotsblok kwam echter na enkele centimeters weer tot stilstand.

We besloten de spullen op te pakken en door te gaan. Al spoedig bereikten we de 5.000 meter grens, wat voor Ramon een hoogterecord was en voor Peter-Arjen een evenaring. Althans volgens Ramons hoogtemeter, die van Boris sprak dit tegen. Deze gaf aan dat we nog zo'n 80 meter hadden te gaan. Dus klommen we voor alle zekerheid nog even door, het ging toch lekker. Vooral Boris stak in een supervorm.

Toen we ook zijn hoogtemeter ruim 5.000 meter aangaf lasten we een fotostop in. Wat nu, doorgaan of terug naar het basiskamp? Voor pleitte onze fysieke conditie en het goede weer, tegen waren het late tijdstip en de onvoldoende acclimatisatie. Met meerderheid van stemmen werd besloten om af te dalen. Teleurgesteld bereikten we het basiskamp, met in ons achterhoofd de gedachte dat we de top toch hadden kunnen halen. De warme maaltijd bood ook al geen troost. In plaats van macaroni kregen we door Ramon macaroni-soep voorgeschoteld. Hij probeerde er een draai aan te geven door te verklaren dat dit speciaal was om de vochtbalans te herstellen.

De rustdag benutten we door uit te slapen, boekje lezen, rotsje klimmen, beetje zonnen en sneeuwscheppen (wallen rond tent ophogen en latrine uitdiepen). De zon had zoveel kracht dat rondom ons kamp verschillende smeltwater rivieren ontstonden. Aan het einde van de dag bleken zelfs onze waterloopkundige werken niet voldoende en dreigde het water onder onze tent door te stromen. Er waren 2 opties: de tent verplaatsen of verkassen naar de "hut". Of de hut nog in aanbouw was of dat hij werd afgebroken was ons niet duidelijk, vertrouwen deden we de constructie in ieder geval niet. De hut rustte aan één kant op de rotsen terwijl de andere zijde op palen stond. In het midden waren verdacht weinig steunpunten zodat de hut daar aardig doorboog. Onze actie om met een paal een extra steunpunt te maken bleek geen succes. Door het slaan van de stutpaal kwam de hut iets omhoog, zodat twee andere palen eronderuit vielen. De palen stonden niet eens vast! Ramon, het zwaargewicht onder ons, weigerde na deze gebeurtenis de kant van de hut te betreden die op palen stond en zocht een slaapplaats aan de andere zijde van de hut.

Het wantrouwen in de constructie was één reden om niet in slaap te vallen. Een andere reden was dat we niet wisten of we wel in de hut mochten slapen. Naast de ingang hadden we een bijl zien liggen waarover we grappen maakten; wie weet zou de eigenaar ons 's nachts met deze bijl uit zijn hut verjagen. In het donker leken deze grapjes waarheid te worden. Midden in de nacht hoorden we voetstappen om de hut. Dit geluid leek steeds dichterbij te komen, maar hield vlakbij de hut op. Werden we beslopen? Stijf van schrik luisterden we met ingehouden adem naar ieder geluid. Het knorren van een maag was reden om te fluisteren: "was dat buiten?". Uiteindelijk vielen we toch in slaap, om rond vier uur gewekt te worden door het alarm van onze horloges. Het was tijd om ons klaar te maken voor onze toppoging.

Nadat het ontbijt naar binnen was gewerkt arriveerde Nicolai. Deze Rus uit Kamchatka had ons 's avonds gevraagd om de toppoging met ons te ondernemen. Met zijn vieren vertrokken we om kwart voor vijf met redelijk weer richting de west top. Tussen de Pastukov-rotsen haalden we het touw op, dat we tijdens de acclimatisatietocht hier achtergelaten hadden. Deze 3,5 kilo waren zwaarder dan verwacht. Degene met het touw had moeite om het tempo bij te benen, het touw verhuisde dan ook regelmatig van rugzak. Op 5.200 meter haalden we twee Russen in. Eén van hen had duidelijk last van de hoogte maar wilde ondanks het protest van zijn komrad door gaan. Ook Nicolai probeerde hem te overtuigen om af te dalen. Toen hij bleef weigeren om af te dalen, gaf Nicolai hem maar een Diamox-pil en vervolgden wij onze weg.

Inmiddels was het weer veranderd waardoor we in de wolken terecht kwamen. In het zadel aangekomen, ongeveer 200 meter onder de top, verslechterde het weer nog verder tot een complete white-out, waardoor het ondoenlijk werd om door te gaan. Alle kleding, drie lagen handschoenen, bivakmuts en gezichtsmasker werden aangetrokken tegen de kou, wind en sneeuw. Snel zetten we de afdaling in en kwamen de hoogtezieke Rus tegen die nog op weg naar boven toe was. Weer probeerden we hem te overreden om af te dalen, hij wilde van afdalen echter niks weten en zette zijn tocht voort. Ter hoogte van de Pastukov-rotsen hadden we het slechte weer achter ons gelaten en konden we pauzeren. Tijdens onze pauze zagen we tot onze opluchting een stipje onder de wolkengrens wat erop duidde dat ook de Rus aan het afdalen was. Na de afdaling van 1.200 meter stond ons de volgende dag nog een afdaling van 1.900 meter naar Azau te wachten, om nieuwe proviand op te halen en aan te sterken.

Na twee rustdagen in het dal te hebben doorgebracht met de zieke teamleden Peter-Arjen en Boris, gingen we weer naar boven voor een tweede toppoging. We besloten deze keer het eerste deel van de route met de kabelbanen af te leggen wegens tijdgebrek. Aan de tweede gondel werd onderhoud gepleegd waardoor we dit traject op mankracht moesten afleggen. Nog geen 50 meter van het liftstation floot de monteur ons terug en bood ons de laatste rit omhoog aan voor 300 roebel. De ophanging van de cabine kreeg nog een paar forse klappen met een hamer en werd daarna volgeladen met nog andere klimmers en trekkers. Ook de monteur zelf stapte in, met mobilofoon. Bij iedere paal die we passeerden hing de monteur uit het raam van de zwaarbeladen gondel, keek naar de ophanging en gaf via de mobilofoon aanwijzingen aan de operator in het liftgebouw. Een hele geruststelling!

's Avonds bij de hut werd ons al snel het zicht ontnomen door de wolken. Ontnam dit ook ons zicht op de tweede toppoging? De volgende morgen waren de wolken alsnog verdwenen, de lucht was strak blauw en de sneeuw hard bevroren, we konden op weg. De route kenden we inmiddels op ons duimpje. Licht als we waren met onze minimale bepakking, bereikten we al spoedig de Pastukov-rotsen. In het zuiden vormden zich kleine torenwolkjes, die er vanaf deze afstand onschuldig uitzagen. Na een korte onderbreking zetten we de klim voort. Zo voorspoedig als het tot de Pastukov-rotsen ging zo stroef ging het nu. De nagenoeg vlakke traverse onder de oosttop maakte duidelijk dat we niet zo fit waren als gedacht en dat terwijl het steilste stuk naar de top nog moest komen.

In het zadel werd de volgende pauze besteed aan het speuren naar een route tot het hoogste punt van het Europese continent. Om dit punt te bereiken moesten we nog wel tot de bodem gaan. Iedere meter naar boven werd niet meer op spier- maar op wilskracht afgelegd. Dit leidde honderd meter onder de top tot het voornemen van Ramon om terug te keren. Boris en Peter-Arjen, die net zo kapot was als Ramon, besloten om door te gaan. Voor Ramon was dit de zet die hij nodig had om ook door te gaan. Als Peter-Arjen met jaren meer ervaring aangaf door te kunnen gaan, waarom hijzelf niet? Enkele meters verder maakte Peter-Arjen een koprol, was dit van blijdschap dat Ramon doorging of bleef hij ergens achter haken? Hoe het ook zij, hij maakte gelukkig gebruik van die eerder genoemde ervaring en wist met behulp van zijn pickel snel tot stilstand te komen.

Geschrokken maar ongedeerd zetten we de beklimming voort, maar de top leek maar niet dichterbij te komen. Om kwart over twee werd het minder steil en konden we in het zuiden de top zien. Althans dat dachten we, de echte top bleek op enige afstand naar het westen te liggen. Dat viel tegen, maar met het einddoel in zicht kon ons dit niet deren. Boris had nog een beetje energie over en verhoogde zijn tempo. De overige twee teamleden bleven in het ritme van 14 stappen en 14 keer uithijgen. De blijdschap die Boris uitstraalde met zijn gespring op de top gaf Ramon ook de kracht om te versnellen. Niet lang daarna bereikte hij ook de top en samen riepen zij aanmoedigingen naar Peter-Arjen die aan de laatste zeven hoogtemeters van de toppiramide begon. Kans om op adem te komen was er voor hem niet bij. De laatste meter werd hij naar bovengesleurd en moest hij deelnemen aan de rondedans. 5.642 meter! Eindelijk boven!

Ondanks de wolken op de top vonden we dat we ons op het mooiste stukje aarde bevonden. De weersomstandigheden verhinderden een lang verblijf en met de nieuw vrijgekomen energie zetten we snel de afdaling in.

In het zadel was het tijd voor borrelnootjes, helaas smaakten ze niet zoals verwacht. Vocht om ze mee weg te spoelen was er door het bevriezen van de watervoorraad ook al niet meer. De borrelnoten werden snel weggestopt zodat we verder konden gaan met de eindeloze afdaling. De afdaling leek nog langer door de aanhoudende hagelbuien. Toen we om kwart over vijf het basiskamp bereikten moesten we eerst een flinke hoeveelheid sneeuw smelten alvorens we thee en bouillon konden drinken. Zin om een warme maaltijd te bereiden hadden we niet, dus deden we een beroep op de borrelnoten. Die bleken nu wel heerlijk te smaken. Hierna hadden we nog maar één wens: slapen.

"You went to the summit?" vroeg de waardin in Azau de volgende dag verbaasd. Na onze lachende bevestiging greep zij in de kast en toverde een fles zelf gebrouwen vodka te voorschijn. Toen ook nog een fles vieux werd aangerukt moesten we onze meerderen erkennen en bedankten beleefd. Moe als we waren konden we niet voldoen aan de Russische maatstaven

© Stichting Ice-X